Schaal en grootte van het canvas wijzigen met het infovenster Canvasgrootte

Met dit infovenster kunt u de grootte van het canvas wijzigen en bepalen hoe het canvas op afgedrukte pagina's past of welk type maateenheden moet worden gebruikt.
De velden van Canvasgrootte bepalen de breedte en hoogte van het canvas. U kunt hier waarden invoeren om een exacte grootte voor het canvas op te geven. U kunt een van de eenheden kiezen die beschikbaar zijn in de liniaal of een aantal pagina's invoeren.
Als u het aankruisvak Grootte is veelvoud van printervellen inschakelt, zijn de randen van het canvas gelijk aan de randen van het papier. Hiermee voorkomt u dat het canvas in het midden van een pagina plotseling eindigt.
Als u het aankruisvak Pas canvasgrootte automatisch aan inschakelt, wordt de grootte van het canvas aangepast aan de objecten die u maakt.
Als bij het afdrukken Druk canvas op één printervel af wordt geselecteerd, wordt het canvas vergroot of verkleind, zodat het op één vel papier past, ongeacht de grootte ervan op het scherm.
U kunt de richting van de pagina's instellen op staand (verticaal) of liggend (horizontaal), of de instellingen in het venster Pagina-instelling overnemen.
Maateenheden van de linialen
In het venstermenu Liniaaleenheden stelt u de gewenste soort maateenheden in voor het huidige canvas. Alle in OmniGraffle ondersteunde eenheden worden weergegeven in een lijst, compleet met hun standaardafkortingen.
De werkelijke grootte van uw diagram verandert niet als u de eenheden wijzigt. Het wordt alleen anders gemeten. De meetwaarden die worden weergegeven op de liniaal en in de infovensters zijn in de maateenheid die u hier selecteert.
Eenheden die zijn gemarkeerd met een sterretje (*) kunnen worden gebruikt als eenheid voor het canvas. Dit betekent dat u, als u een eenhedenschaal instelt voor uw linialen (zie hierna), alleen deze eenheden kunt gebruiken aan de linkerkant ("werkelijke grootte") van de vergelijking. Aan de rechterkant ("theoretische grootte") kunt u alle gewenste eenheden gebruiken.
Eenhedenschaal
De Eenhedenschaal kan eenvoudige schaaluitdrukkingen interpreteren. Er zijn enkele handige schalen beschikbaar, zoals 1 in = 1 ft, en u kunt ook zelf een schaal invoeren door Aangepast te kiezen.
Stel, u voert 1 cm = 1 m in. Wat 1 centimeter op de liniaal was, wordt nu 1 meter. Objecten op het canvas die 2 centimeter breed waren, hebben nu een breedte van 2 meter, enzovoort. De instelling voor de eenheden verandert overeenkomstig de tweede waarde in de vergelijking.
U kunt ook een verhouding opgeven. Stel dat u 1:12 opgeeft. De liniaaleenheden blijven ongewijzigd, maar objecten op het canvas zijn nu 12 keer zo groot als toen u de schaal nog niet had gewijzigd.
U kunt de schaal terugzetten op de normale waarde en de liniaal en objecten behandelen als zijnde "op ware grootte" door Stel schaal opnieuw in te selecteren in het venstermenu Eenhedenschaal.
Als u al een schaal hebt ingesteld en die onmiddellijk omzet in een nieuwe schaal, verandert de werkelijke grootte van de objecten op het canvas overeenkomstig de nieuwe schaal. Stel, u werkt met 1 cm = 1 m en wijzigt vervolgens de schaal onmiddellijk in 2 cm = 1 m. De afstand tussen de markeringen op de liniaal wordt dubbel zo groot en ook de objecten op het canvas worden dubbel zo groot als op het scherm. U kunt een nieuwe schaal instellen zonder de grootte van de objecten te wijzigen door een keuze te maken in het gedeelte Stel schaal opnieuw in op: van het venstermenu Eenhedenschaal.
Standaard vormt de linkerbovenhoek van een canvas het nulpunt (oftewel het punt waar de meetpunten van de linialen beginnen, op de coördinaten 0,0) van het canvas. Om het nulpunt te wijzigen, voert u in de twee velden Nulpunt waarden in. (U kunt het nulpunt ook slepen vanuit de hoek waar de linialen samenkomen.) De coördinaten in het infovenster Geometrie zijn gebaseerd op dit nulpunt.
← Gegevens toevoegen aan objecten met het infovenster Notitie Een raster instellen met het infovenster Raster →